Brandmeldnetwerken koppelen terwijl de zorg doorgaat: waar moet je op letten?
Wat als tientallen brandmeldcentrales op een terrein niet meer binnen één netwerk passen? Een metanetwerk kan dan meerdere brandmeldnetwerken met elkaar verbinden, zodat afzonderlijke gebouwen gekoppeld zijn en meldingen centraal blijven samenkomen. Bij onder andere Ipse de Bruggen is deze netwerkstructuur in de praktijk toegepast. En juist in een bestaande zorgomgeving ontstaat daarbij een tweede uitdaging: hoe realiseer je zo'n aanpassing terwijl de zorg doorgaat en de reguliere doormelding tijdens de migratie tijdelijk wordt onderbroken?
Als het bestaande netwerk zijn grens bereikt
Op een zorgterrein worden brandmeldinstallaties meestal niet allemaal tegelijk aangelegd. Een gebouw wordt verbouwd, een centrale vervangen of er komt een voorziening bij. Zo groeit het netwerk mee met wat er op het terrein gebeurt. Maar die groei kent een grens. Binnen de toegepaste Esser-netwerkarchitectuur kunnen bijvoorbeeld maximaal 32 brandmeldcentrales binnen één netwerk worden gekoppeld. Op een zorg terrein kan dat maximum snel worden bereikt, terwijl de behoefte aan centrale doormelding en alarmering blijft. Dan ontstaat de vraag: hoe verbind je al die afzonderlijke centrales zonder de bestaande structuur volledig te vervangen?
Een netwerk boven meerdere netwerken
Een metanetwerk maakt het mogelijk om het terrein op te delen in subnetwerken, met daarboven een hoofdnetwerk. Binnen ieder subnet kunnen in deze opzet maximaal 30 brandmeldcentrales worden gekoppeld.
De afzonderlijke gebouwen behouden hun eigen centrale, terwijl meldingen via het subnet en hoofdnetwerk (ook wel backbone genoemd) op de gewenste centrale plek terechtkomen. Het terrein wordt zo verdeeld in beheersbare delen. Bij de indeling kan bovendien rekening worden gehouden met mogelijke uitbreidingen in de toekomst.
Ipse de Bruggen: twee terreinen gekoppeld
Bij Ipse de Bruggen speelde dit vraagstuk binnen een bestaande zorgomgeving. Twee netwerken moesten met elkaar worden verbonden. Daarvoor is een hoofdnetwerk met twee subnetwerken ingericht. Ook de wens voor een dubbele doormelding naar brandweer en PZI speelde hierbij een rol. Voordat zo'n netwerk kan worden omgezet, moet eerst de bestaande infrastructuur in beeld zijn. Hoe lopen de verbindingen? Waar komt de backbone? Hoe worden de subnetwerken verdeeld? En ligt er al glasvezel of bestaat een deel van het netwerk nog uit koper?
Bij dit specifieke terrein is grotendeels nieuwe glasvezel infrastructuur aangelegd gebaseerd op onderlinge afstemming tussen Ipse, Unica en BAM en waren we daarmee in staat om een geheel nieuwe indeling van centrales subnetten en backbone te bouwen.
Ook de programmering verandert mee. Groepsnummers, meldingen en sturingen moeten aansluiten op de nieuwe netwerkstructuur. Voor de projectengineer, projectleider en technicus zit hier een groot deel van het voorbereidende werk. Voor de zorgorganisatie telt vooral het resultaat: de bestaande omgeving moet na de migratie weer als één samenhangend geheel functioneren.
De kwetsbare fase zit tussen oud en nieuw
De nieuwe netwerkstructuur ontwerpen is één ding. De bestaande installatie ernaartoe overzetten is minstens zo bepalend. Tijdens de migratie wordt de reguliere doormelding tijdelijk onderbroken. De zorg op het terrein gaat ondertussen gewoon door.
Daarom worden vooraf noodscenario's afgesproken. Wie ontvangt en beoordeelt een melding als de normale doormelding tijdelijk niet beschikbaar is? Welke afspraken gelden op het terrein? En zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals de tijdelijke inzet van brandwachten? Pas als dat duidelijk is, kan het migratiemoment worden gepland en kunnen de centrales worden geprogrammeerd, aangesloten en weer in bedrijf worden gesteld.
Ook na een wijziging moet de werking aantoonbaar kloppen
Daar raakt de technische migratie ook aan wet- en regelgeving. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan brandmeldinstallaties. Voor voorgeschreven brandmeldinstallaties kan een geldig inspectiecertificaat vereist zijn. Daarnaast moeten brandmeldinstallaties adequaat worden beheerd, gecontroleerd en onderhouden.
NEN 2535 geeft regels voor onder meer het ontwerp, de uitvoering, compatibiliteit en kwaliteit van brandmeldinstallaties. Voor beheer, controle en onderhoud is NEN 2654-1 relevant. Die norm houdt er expliciet rekening mee dat een brandmeldinstallatie uit meerdere, via een netwerk verbonden brandmeldcentrales kan bestaan.
Voor een bestaande zorgomgeving betekent dit dat een netwerkwijziging niet alleen technisch moet werken. Maar ook alle documentatie moet zijn aangepast zodat deze aansluit op de nieuwe situatie.
Vooruitkijken voorkomt opnieuw ombouwen
Een metanetwerk wordt vaak actueel wanneer een bestaand netwerk zijn maximale capaciteit nadert. Maar dat hoeft niet het eerste moment te zijn waarop over de netwerkindeling wordt nagedacht.
Als bekend is dat op een terrein later meer brandmeldcentrales nodig zijn, kan daar bij de verdeling over de subnetwerken al rekening mee worden gehouden. Daarmee voorkom je dat een volgende centrale direct weer een ingrijpende aanpassing van de netwerkstructuur vraagt.
De situatie bij Ipse de Bruggen laat vooral zien dat achter een centrale brandmelding op een groot terrein veel meer kan zitten dan één brandmeldcentrale. De vraag is daarom niet alleen of de installatie vandaag goed functioneert. Minstens zo relevant is wat er gebeurt als diezelfde installatie morgen moet worden aangepast terwijl de locatie gewoon in gebruik blijft.